Midden in de bosrijke omgeving langs het Dortmund-Eemskanaal bij de Duitse stad Münster, ligt het Alexianer Ziekenhuis, een kliniek voor psychiatrie en psychotherapie. Het ontstond in 1888 vanuit het klooster St. Josef in Amelsbüren, waar de gebroeders Alexianer een ziekenhuis voor psychiatrische patiënten opzetten. Het is een enorm complex met kolossale oude bakstenen gebouwen, inmiddels aangevuld met moderne paviljoens voor opname en behandeling. Ook bevinden zich er een restaurant, sportvelden, een kinderboerderij, een ‘Sinnespark’ (ervaringstuin) en Kunsthaus Kannen; een museum voor Art Brut en meer algemeen, voor Outsider Art. En dit alles slechts op zo’n drie uur rijden vanuit onze Randstad.

In het spinnenweb
Vanaf het parkeerterrein liep ik richting Kunsthaus Kannen. Voor de entree werd ik verrast door een enorm netwerk van gekleurde draden die kriskras bomen met elkaar verbonden. Het was alsof een reuzenspin een gigantisch web had geweven om argeloze bezoekers in te vangen. Directeur van het museum Lisa Inckmann vertelde me dat dit web onderdeel is van de (inmiddels afgelopen) tentoonstelling ‘Gestrickt Geklebt Geknoted’, een samenwerking tussen het kunstenaarsduo ‘Das Archiv’ en kunstenaars van Kunsthaus Kannen. 
Samen bezochten we een grote, lichte en hoge tentoonstellingsruimte waar textiele objecten waren opgehangen en neergezet. De variatie was enorm: van de mysterieuze poppen van Michael Nedjar (1947) tot de geknoopte kledingsstukken van afvalplastic van de Deen Kenneth Rasmussen (1971). Ook was er een video-installatie over het langdurige en eentonige werk van borduren, vastgelegd door Silvia Marzall (1980), een reguliere kunstenares. Ik was vooral onder de indruk van Alfred Stiefs (1952) enorme kleden van uiteenlopende kleuren geweven en gehaakte wollen draden, aangevuld met tekstfragmenten. Ze hingen van plafond tot vloer en deden me denken aan de meest recente INSITA tentoonstelling in Bratislava waar een aparte afdeling was ingericht, speciaal voor dit soort intrigerende textiele werkvormen onder de titel ‘The Inspired Needle. Fabric Art by Outsider and Naive Artists’.

Goed georganiseerd
Na deze rondgang namen we plaats in een ruim kantoor tegenover de entree. Hier bevindt zich ook de kleine museumwinkel met boeken, kaarten en dvd’s over Outsider Art en meer in het bijzonder, over Art Brut. Vorig jaar nog bracht Kunsthaus Kannen een boek uit met gedichten en tekeningen vanuit de context van de psychiatrie met daarin een CD waarop de gedichten worden voorgedragen. 
Ook herbergt het Kunsthaus een enorme bibliotheek met alle mogelijke relevante internationale publicaties; keurig gerangschikt en voorzien van een rugnummer. Ik sprak er mijn bewondering over uit. Bij ons op de Herenplaats staan de boeken rommelig door elkaar. Ik vroeg Lisa of dit te maken zou kunnen hebben met de zogenaamde ‘Gründlichkeit’ waar de Duitsers zo om bekend zijn? Ze moest lachen en vertelde dat het eerdere Haus Kannen oorspronkelijk een kunstarchief was. In de jaren tachtig ontstonden binnen de psychiatrie creatieve werkplaatsen waar patiënten zich beeldend konden uiten. Zo groeide een groot arsenaal aan artistieke objecten. Al snel traden therapeuten met deze tekeningen en schilderijen naar buiten door op congressen hun werkwijzen met vakgenoten te delen. Door de vele positieve reacties hieop houdt  men zich sinds 1990 in toenemende mate bezig met het systematisch verwerken van beeldmateriaal als bijdrage aan de dialoog tussen kunst en psychiatrie. De creatieve uitingen van de kunstenaars in Kunsthaus Kannen worden volgens chronologische, thematische, biografische, esthetische en therapeutische criteria geordend, geselecteerd en gearchiveerd. Vandaar.

Contact met de buitenwereld
Dit alles gebeurde in de oude ‘Witte Villa’, een plek waar patiënten en familieleden elkaar ontmoetten. Velen waren persoonlijk betrokken bij de opbouw van het kunstarchief dat inmiddels bestaat uit meer dan 5.000 werken. Ruim tien jaar geleden maakte de oude villa plaats voor het huidige museum, een ontwerp van Tobias Brösskamp. De uitsluitend mannelijke patiënten van het  Alexianer Ziekenhuis werken in de ateliers regelmatig samen met studenten van kunstacademies uit Münster en München. Volgens Lisa is samenwerking met ateliers, musea, universiteiten en instellingen voor psychiatrie belangrijk om aan te tonen dat het werk van deze kunstenaars hún manier is om te communiceren met de buitenwereld.
Vaak ontstaan verrassende projecten. Het is voor de studenten een ‘eye opener’ om tijdelijk in een één op één relatie te staan met mensen die psychisch ziek zijn, die lichamelijke ongemakken vertonen, die alleen maar binnen de muren van het instituut kunnen functioneren, die op een afwijkende manier met je praten of die je niet of alleen met heel veel moeite kunt begrijpen. Zo werkten vorig jaar studenten en patiënten twee weken lang samen in het project ‘Initialzündung’. In de beeldende reflectie kwamen beide groepen elkaar tegen en reageerden op elkaar. 
Deze zomer bezocht ik in Heidelberg de verzameling van Hans Prinzhorn (1886-1933), de beroemde psychiater die ook werk van zijn patiënten verzamelde en archiveerde. Daar was een tentoonstelling ingericht onder de titel ‘Von Kirchner bis heute’ waar kunstenaars van vroeger en nu reageerden op de werken uit de verzameling Prinzhorn. Het grote verschil met de werkwijze in Kunsthaus Kannen is dat de kunstenaars hier in levende lijve, in het hier en nu, met elkaar samenwerken. 
Momenteel zijn er ongeveer twintig kunstenaars verbonden aan het atelier. Het archief bezit inmiddels werk van ruim veertig kunstenaars waarvan er inmiddels enkele zijn overleden. In 1993 kwam het ‘Haus Kannen Buch’ uit met van een geselecteerd aantal kunstenaars een foto, een biografie en enkele kunstwerken. In deze publicatie laat men zien dat de kunsttherapie centraal staat. Of, zoals in een museumfolder geformuleerd als: “Het schilderen verlicht het hoofd en maakt het onuitsprekelijke zichtbaar, het verlicht de therapie en het schilderij is de innerlijke tekst”.  
Bijzondere voorbeelden zijn onder andere de kunstwerken van Robert Burda (1942) die dagelijks in het atelier werkt. Hij maakt kleine ingekleurde potloodtekeningen van zijn ouderlijk huis: de woonkamer, de slaapkamer en bijvoorbeeld ook bovenaanzichten van de huiskamer. Allemaal herinneringen aan zijn kindertijd. Of neem Karl Cornelius (1924-1989). Hij begon in 1983 in een kleine werkplaats binnen de muren van het ziekenhuis te schilderen, te zagen en te timmeren tot aan zijn overlijden toe. In zes jaar tijd creëerde hij een buitengewone collectie naïeve schilderijtjes en houten objecten. Hij ontwierp een geheel eigen wereld; een soort paradijs, compleet met veel vogels en talloze andere dieren. 

Plek voor niet officiële kunst
Vorig jaar zomer organiseerde Kunsthalle Recklinghausen de tentoonstelling ‘Outdoor and Outside; Die Outsider-szene im Ruhrgebiet’. Deze expositie toonde werk gemaakt binnen het niet officiële kunstcircuit: graffiti, naïeve kunst, ‘street art’ en Outsider Art.
In een klein, intiem kamertje was werk van Cornelius te zien. Ook kunst van Hans-Jürgen Fränzer (1942) en Alfred Olschewski (1960) allebei werkzaam in het atelier van Kunsthaus Kannen, was vertegenwoordigd. Olschewski ontdekte in 1990 het oliepastel en tekent sindsdien uitsluitend geometrische vlakken met dit materiaal.
Werk van de kunstenaars uit Münster is inmiddels opgenomen in binnen- en buitenlandse collecties. Het museum organiseert naast vier tentoonstellingen per jaar ook evenementen, zoals concerten en lezingen. Afgelopen oktober werd voor de tweede maal het ‘2×2 Forum Outsider Art’ georganiseerd. Europese ateliers konden er in een stand van twee bij twee meter werk presenteren van kunstenaars. Het blijkt een constructieve manier om met elkaar kennis te maken en onderling de dialoog over kunst en psychiatrie aan te gaan. Eigenlijk functioneert het als een mini Outsider Art Fair. Inmiddels is Kunsthaus Kannen dé plek geworden waar jaarlijks duizenden bezoekers van kunst komen genieten. In combinatie met het Sinnespark waar ook de andere zintuigen op heel verschillende manieren worden geprikkeld, is het de reis naar Münster dubbel en dwars waard.


Tekst: Frits Gronert

Categorieën: Uncategorized

0 reacties

Geef een reactie

Avatar placeholder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *