e Belgische Arnaud Rogard (1977) is tekenaar, keramist, danser, acteur en dichter. Hij droomt zich een andere wereld; een universum waarin hij de koningsstaf zwaait en met een knip van zijn vingers artistieke ideeën oproept. Al verschillende keren ontmoette ik hem tijdens internationale kunstworkshops. Steeds werd ik gegrepen door zijn artistieke beelden en kalme uitstraling. De gesprekken die ik in de loop der jaren met hem voerde, waren aanleiding deze originele kunstenaar nog eens te interviewen, speciaal voor de rubriek ‘Ik ben ik’.

Veelzijdig kunstenaar
Arnaud Rogard, geboren met het syndroom van Down, groeide op in een Vlaams-Frans gezin in Zuidwest Vlaanderen. Tegenwoordig woont hij door de week in Stasegem terwijl hij de weekends thuis doorbrengt. Hij oogt dromerig en bescheiden. Hij beweegt zich gracieus en begeleidt zijn woorden met sierlijke gebaren. Zoals de meeste Vlamingen spreekt ook hij met een zangerig dialect, doorspekt met verkleinwoorden.
Rogard werkt al jarenlang in kunstwerkplaatsen. Eerst in atelier Het Molenhuis in Zwevegem en later in De Zandberg in Harelbeke. Op artistiek gebied ontwikkelde hij zich bijzonder veelzijdig. Rogaard volgde lessen dans en performance en danste in 2006 onder leiding van Sabine Vercruysse, Kris Deprey en Paola Bartoletti tijdens het Corpus Festival in het Sint Jans Museum in Brugge en in het project ‘Bezet’ te Kortrijk in 2008. Ook  nam hij deel aan het straattheater in Kortrijk en speelde hij met veel verve toneel in La Compagnie de Folie, een theatergroep van en voor mensen met een beperking. Daarnaast schrijft hij gedichten. In Nederland werd hij tijdens een poëziewedstrijd vooral bekend met ‘Arnaud heeft hemel en aarde geschapen’.
In atelier De Zandberg is hij dagelijks met grote toewijding bezig met tekenen en het boetseren van grote beelden in klei. 

Arnaud en zijn werelden
Het is zelfs voor de meest nieuwsgierigen niet mogelijk om volledig mee te gaan in de fantasiewereld van Arnaud Rogard. Slechts fragmentarisch vertelt hij over de nieuwe wereld die hij schept en waarvan alleen hij bepaalt hoe die er uit moet zien. Zo omschrijft hij zijn werkelijkheid als “… een veilige, vredige plaats. Alle mensen mogen er wonen. Cafeetjes zijn er in overvloed. Rogard heeft er geen verdriet en is er vooral gelukkig. Soms vliegt hij met een vliegtuig over die wereld”. Een enkele keer spreekt hij over “de oude wereld”, maar wie daar woont en wat zich daar afspeelt, blijft vaag. 
De directe omgeving noemt deze bescheiden man vooral “eigenzinnig”. Zijn idee over een nieuw te maken object geeft Rogard van tevoren nooit prijs en hij is al helemaal niet in voor goedbedoelde suggesties, van wie dan ook. Alleen in zijn gedichten en verhalen licht hij soms een tipje van de sluier op. In het eerder genoemde gedicht ‘Arnaud heeft hemel en aarde geschapen’, biedt hij de lezer meer informatie over zijn wereld dan wanneer iemand er direct naar vraagt. Zijn behoefte op te treden als regisseur van zijn eigen realiteit, loopt als een rode draad door zijn poëzie.

Huizekes
Bijna elke dag is Rogard te vinden in het keramieklokaal van De Zandberg. Hij werkt er met veel aandacht buitengewoon secuur aan zijn objecten van klei. In dit zachte materiaal kan hij treffend uitdrukken waar zijn verbeelding hem steeds toe aanzet. Sommige objecten lijken op hybride wezens uit de Klassieke Oudheid, ze zijn half mens en half dier. Waar deze twee elementen samensmelten in één beeld, lijkt het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid opgeheven. Sommigen zien er iets sprookjesachtigs in maar wat Rogard er precies mee bedoelt, is nooit helemaal te achterhalen. “Arnaud maakt wat hij maakt”, zegt hij mij met een geheimzinnige lach. De onderwerpen van zijn keramische beelden, zoals dieren, huizen en interieurs keren regelmatig terug in zijn tekeningen, zijn gedichten en soms zelfs in zijn dans.
Tijdens mijn bezoek werkte hij aan een serie langgerekte driehoekige objecten, door hem zelf “huizekens” genoemd. Met hun circa 50 centimeter hoogte, zijn deze keramische objecten van een ongekunstelde eenvoud. De verticale vormen worden in de reeks steeds herhaald. Arnauds Huizekens kregen ook apart nog titels, zoals Het kruidenierswinkeltje, De berghut en De Ponte Vecchio. Veel van deze thema’s blijken ontleend aan herinneringen aan vakanties in het buitenland. Zijn meest recente creatie is een zogenaamd Begijnhuis dat hij laatst in eigen land bezocht. Desgevraagd licht hij kort en bondig toe “dat daar ouwe vrouwkens wonen, zonder kindjes en ze zijn niet getrouwd”. 
Hij vertelt me dat hij aan ideeën geen gebrek heeft. Alsof er een toverformule wordt uitgesproken, maakt hij een sierlijke balletbeweging met zijn rechterarm en knipt hij met zijn duim en wijsvinger. “Arnaud moet maar met zijn vingers knippen”, verzekert hij me en “het beeld ontstaat vanzelf in zijn hoofd”. Zo’n imaginair beeld vertalen naar een object of tekening lijkt dan alleen nog maar een kwestie van tijd.
Rogard toont me een voorstudie van De berghut met daarbij een grote maan en een hek op de voorgrond. Deze tekening komt realistisch over maar ademt tegelijkertijd een gevoelige sfeer. Vertaald in een autonoom object als klei, lijkt De berghut vooral onaantastbaar en mysterieus. Zelf zegt hij daarover “Kijk, Arnaud maakt een nieuwe wereld en in de berghut woonde in de oude wereld dieren. Nu heeft Arnaud er appartementekens in gebouwd”.
“In Firenze ligt de rivier de Arno” zegt hij, denkend aan de klank van zijn eigen naam, “alleen mijn naam wordt anders geschreven”. De middeleeuwse brug de Ponte Vecchio heeft hij verbeeld in een object met sterke zeggingskracht. Wie ooit in Florence was, herkent  meteen de ronde doorkijkjes en de donkere gangen van deze oude brug. 

Dansen als een vogel
Rogard vertelt zijn verhaal op vele manieren. Door de sterke expressie van zijn dansbewegingen en door zijn fiere houding is hij in staat de toeschouwer direct te ontroeren.
Hij danst graag maar geeft niet thuis als hem de inhoud van een dans of performance wordt aangereikt. Suggesties wijst hij nadrukkelijk van de hand. Arnaud Rogard danst zijn eigen dansen in opperste concentratie. “Soms ben ik een vogel en de andere keer een beeldhouwer”, zegt hij. Dansen voor publiek doet hij graag maar hij verliest de toeschouwers meteen uit het oog zodra hij in zijn eigen universum op gaat. Het publiek geniet maar welk doel achter de rijke fantasie schuil gaat, blijft in nevelen gehuld, iets dat wellicht juist een van de aantrekkelijkste kenmerken van zijn optreden vormt.
Rogards fantasie blijkt een onuitputtelijke bron voor creativiteit en een prachtig uitgangspunt voor zijn verhalen. De lijst van projecten en publicaties groeit. Hoewel hij in kleine kring bekendheid geniet, blijft Rogard bescheiden onder het applaus. In zijn innerlijke wereld speelt hij de rol van de man die alles onder controle heeft. Mijn laatste poging daarover nog iets meer te horen, maakt hem verveeld en hij zegt “Schrijf het allemaal maar op. Het is toch nooit echt gebeurd”. 


Tekst: Phia Vertstraete

Categorieën: Uncategorized

0 reacties

Geef een reactie

Avatar placeholder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *