Alida Schaap (1960), kunstenares in hart en nieren, is geboren en getogen in het Haagse zeeheldenkwartier. Ze vertelt dat het toch even duurde voordat zij zeker wist een carrière als kunstenares te ambiëren. Tekenen deed ze wel altijd graag en dat begon al op de basisschool, het zogenaamde ‘langzame leerschooltje’ bij haar in de buurt. Na haar schoolperiode kwam zij terecht op een sociale werkplaats waar zij inpakwerkzaamheden verrichtte. Alida’s behoefte aan meer creativiteit bracht haar vervolgens naar theaterwerkplaats eSKalibur van Stichting de Compaan. Deze stichting ondersteunt mensen met een verstandelijke beperking op het gebied van wonen en werk. Maar ook het theater bleek niet de juiste werkplek en in 1994 begon zij op Atelier de Haagse School met haar eerste tekenlessen. 
Binnen deze kunstwerkplaats heeft zij inmiddels een indrukwekkend oeuvre opgebouwd. In 2000 was zij winnares van een internationale kunstprijs voor mensen met een verstandelijke beperking, de euward. Haar werken zijn destijds zowel in een galerie in München als op de Worldexpo 2000 in Hannover tentoongesteld. “Ik ben altijd in mijn hoofd bezig met mijn werk. Als ik ’s avonds naar bed ga, lig ik na te denken over mijn schilderijen. Een van mijn favoriete thema’s is de dood. Ik heb de dood van heel dichtbij meegemaakt. Het portret van mijn overleden vader is dan ook het beste werk dat ik ooit gemaakt heb, het is een goede herinnering….” 

Het figuratieve werk van Alida Schaap valt op door eigenzinnigheid. Diversiteit in thematiek en materiaalgebruik kenmerken haar werk. Haar onderwerpskeuze ontleent zij aan herinneringen, persoonlijke ervaringen en diepgekoesterde wensen. Basale emoties en clichés gebruikt Alida heel direct in haar werk. Hierdoor kan het tegelijkertijd banaal en ontroerend overkomen. 
Ook het materiaalgebruik is onconventioneel. Gedurende haar werkzaamheden op Atelier de Haagse School heeft zij een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt, waarbij zij steeds gevarieerder is gaan werken. Naast teken- en schildermaterialen verwerkt Alida bijvoorbeeld ook stoffen, diverse behangsoorten, touw en karton in haar werk. Altijd is haar stilistische en heldere stijl direct herkenbaar.
“Ik houd van materialen zoals glas, lucifershoutjes, stukjes stof, spiegel, hout en plakplastic. Ik houd ook van verassingen zoals deurtjes in mijn werk, die je open kunt maken en dat er dan een grapje achter zit.”  
Kunsthistoricus Hans Peter Rosinski zei eens over Alida’s omgang met beelden: “… – altijd even eigenzinnig, vol lust en humor – waardoor het de toeschouwer op het eerste gezicht zou kunnen ontgaan hoe doordacht en complex zij bepaalde thema’s verwerkt…”.

Fascinaties
Het werk van Schaap laat een fascinatie voor bepaalde onderwerpen zien. In 1997 maakte ze een serie schilderijen met verwijzingen naar ‘de dood’. Zo werkte zij een eigengemaakte fotoreportage over begraafplaatsen en uitvaartcentra uit tot een serie tekeningen. Ook portretten van overleden mensen uit haar nabije omgeving behoren tot haar oeuvre. 
Daarnaast laat zij zich inspireren door mythen en sagen. Zo heeft zij meerdere portretten gemaakt van De ruiter zonder hoofd. Ook een weergave uit de Egyptische dodencultus past in deze belangstelling.
Een ander terugkerend thema van Alida is pornografie. Gedurende een samenwerkingsproject met Theater De Trust in Amsterdam is er voor een van de wanden in dit theater onder andere een assemblage van karton ontstaan. Alida raakte geïnspireerd door een karakter uit een theatervoorstelling. Het betreft de heer Bock uit ‘De bruiloft van Canetti’. Met een serie werken, waarbij ze de heer Bock transformeerde tot eigenaar van een seksshop, won Alida de EUWARD 2000.
“Ik vind het leuk om over seks te tekenen. Het is spannend, gevaarlijk en vooral ook heel grappig. Mijn hobby is naar de rommeltjesmarkt gaan. Mijn kamer staat vol met spulletjes die ik op de markt heb gekocht, zoals knuffelbeesten en spaarvarkens en waar ik het meeste trots op ben, is een gieter in de vorm van een penis. En met mijn verloofde Piet, met wie ik samenwoon, tap
ik ook altijd schuine moppen. Dan hebben we echt lol samen.” 
Na de roem van de EUWARD in Duitsland is Alida zich gaan richten op haar fascinatie voor baby’s en bevallingen. Speciaal voor een solotentoonstelling in Zaandam, op de afdeling verloskunde van het Zaans Medisch Centrum, is een bijzondere serie werken in verschillende technieken ontstaan. De reacties van het publiek op haar werk waren zeer uiteenlopend. Vooral de verwerking van menselijke foetussen in de baarmoeder van wilde dieren, zoals een tijger en een wild zwijn, werd door sommigen als schokkend ervaren.
“Ik ben gek op baby’s. Ik heb bijvoorbeeld een neefje, en meer mensen om mij heen hebben kinderen gekregen. Ik had best samen met Piet, mijn verloofde, een kindje willen hebben. Maar dat kan niet meer want ik ben te oud. De bevalling vind ik het spannendst. Ik kijk dan ook naar alle televisieprogramma’s die hierover gaan. Ik werk momenteel aan een kijkdoos over een bevalling. Daarin beval ik zelf van baby Zoë. Niet echt natuurlijk, want in het echt ben ik haar suikertante. Maar ik gebruik haar foto dan en die van mezelf.” 

Frans Bauer
Het gebruik van portretten van mensen uit haar dagelijkse omgeving is een opvallende nieuwe ontwikkeling in het werk van Alida. Ze vertelt dat ze vanuit een oefening in portrettekenen en het werken aan zelfportretten op dit idee is gekomen. In haar eigen ingerichte atelier in de werkplaats van Atelier de Haagse School, is het hoofd van Alida dan ook in allerlei formaten op doorzichtig vloeipapier aan de muur te zien. Middels een zelf ontwikkelde techniek, met behulp van de computer of het kopieerapparaat, transformeert zij foto’s van baby’s, verloofde Piet, Frans Bauer en begeleiders van werk en woning in haar fantasierijke schilderijen. 
Hierbij is vooral de combinatie met haar grote liefde Frans Bauer zeer opvallend; Alida en Frans verkleed als echtpaar uit Volendam, Alida als moeder van kleine Frans en Alida als baby in de armen van de trotse vader Frans Bauer. Ook in het  boekje over Frans Bauer, ontstaan tijdens een workshop illustratie, komt de humor duidelijk naar voren. Zo zien we haar terug als moeder van kleine Frans, maar ook als moeder van zijn kinderen en zelfs als trotse oma van twee kleinkinderen.
 “Frans Bauer is mijn grootste idool. Hij staat altijd klaar voor anderen, vooral voor gehandicapte kinderen. Mijn neefje is ook gehandicapt, dus daarom weet ik dat. Verder vind ik hem gewoon een heel lekker ding, Z’n liedjes zijn leuk, hij heeft mooie kleding aan. Ik draag hem altijd bij me op mijn schouderblad. Ik heb een foto van hem – van een cd-hoes – op mijn schouder laten tatoeëren. Van het geld dat ik in Duitsland heb gewonnen. Acht uur stilzitten, de pijn viel wel mee, maar toen ze de ogen gingen maken, gingen ze prikken met de naald en dat deed wel een beetje zeer…” 

Ideeën en ambities
We kunnen in de toekomst nog veel verwachten van de Haagse kunstenares. Zo staan er nogal wat ideeën en ambities op haar persoonlijke kunstagenda. Hierbij komt verdieping van reeds genoemde thematieken aan bod, maar ook nieuwe onderwerpen zoals ‘de bruiloft’ staan op haar lijstje. “Mijn volgende onderwerp gaat over bruidsparen. Ik zou zelf heel graag willen trouwen, maar dat moet ik nog allemaal bespreken met mijn verloofde en persoonlijk begeleider. Door erover te gaan tekenen, verdiep ik me alvast in het onderwerp en komt het steeds dichterbij. Over nieuwe onderwerpen denk ik nog na.” 


Tekst: Lauri Kramer

Categorieën: Uncategorized

0 reacties

Geef een reactie

Avatar placeholder

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *